Een kajuitzeiljacht op je 14e!
Nee,
ik wil Laura Dekker niet na doen. De meneer die dat net vroeg staat naast mij en
mijn Leisure 17 op de steiger. En hij is niet de eerste geďnteresseerde die dit
aan mij vraagt
Ik kan het ook wel begrijpen met mijn 14
jaar en ik heb een heuse kajuit zeilboot. Samen met mijn “Little Blue” heb
ik dit seizoen heel wat van Friesland gezien. Vanuit mijn thuishaven Lemmer heb
ik dit jaar fantastisch op de Friese meren gezeild.
Afgelopen zomer was ik vrijdag om 12.00 uit
en dan was het een kwestie van snel naar huis fietsen, brood eten, spullen
pakken en de bus naar Lemmer. Tegen de tijd dat mijn klasgenoten thuis hun
franse woordjes zaten te leren zat ik al op het water.
Hoe
het begon.
In de herfstvakantie heb ik het bootje samen
met mijn vader uit Lauwersoog opgehaald. Hij lag daar in een klein oud haventje
en was vrij verwaarloosd.
Nadat de koop getekend was had ik met mijn
vader en moeder de mast er af gehaald. Die hadden we aan mijn moeder mee terug
gegeven op de auto. Dan konden we onder alle bruggen doorvaren. Daarna zijn we
op het buitenboordmotortje terug naar Lemmer gevaren. Ik vond het echt
fantastisch; een heuse kajuit zeilboot op mijn 14de. Daar had ik al
jaren van gedroomd.
Ik
was zo blij dat ik niet zag dat voordat ik er echt mee weg kon er ook nog een
heleboel moest gebeuren. Er was een hoop kapot, verrot of had nodig wat
onderhoud nodig. Ik had daarom besloten om haar die winter op de kant te zetten.
En terwijl ik op school zat werd ze op een regenachtig middagje op de kant
gezet. Nadat dat gebeurd was konden we beginnen; de raam(kozijn)en waren verrot
dus moesten nieuwe ramen in, de zeilen vielen van ellende uit elkaar en daar had
ik nieuwe voor gekocht, al het beslag en houtwerk ging er af en werd
schoongemaakt.
Je kon het bijna als een familie project
zien; mijn oma heeft nieuwe kussenhoezen gemaakt, mijn moeder gordijntjes en
mijn vader en andere opa hebben me geholpen met alle andere klussen. Alles bij
elkaar een hele winter werk, maar in het voorjaar kon zij dan eindelijk het
water in.
Het grappige is dat ik het in het begin
doodeng vond om met mijn boot te zeilen. Het was toch wel wat slomer en lomper
dan dat ik gewend was.
De
eerste keren zeilen.
Toen ik er voor het eerst mee ging zeilen
was mijn moeder mee. Het begon al goed. We kregen de motor niet aan geslingerd.
Nadat mijn moeder en ik een half uur hadden lopen trekken en bij mij
door de spanning de moed al in de schoenen gezonken was, lukten het mijn
moeder op het laatst toch. Toen we uiteindelijk op de Grote Brekken waren ging
ik de zeilen hijsen. Ik vertel er maar niet te veel over. Het ging niet zo goed
en het komt er op neer dat na een kwartier gevloekt te hebben het eindelijk
stond.
Op het panische gedoe van mij na, hadden
mijn moeder en ik toen best wel lekker gezeild.
Ik
had samen met mijn moeder een paar keer geoefend. Dat ging steeds beter dus ik
wou ook wel een keer alleen. Dus toen mijn ouders met hun boot gingen varen en
voorstelde dat ik er met mijn boot alleen achteraan ging wou ik dat natuurlijk
maar al te graag. Het was mooi weer en het ging ontzettend goed. Ik moest
kruisend de Grote Breken over en met alle zeilen op ging het prachtig. Je krijgt
dan echt een goed gevoel als je zo voor het eerst alleen met je eigen boot aan
het varen bent.
Jammer genoeg was het aan het eind van de
Grote Breken al snel uit met de pret. We wilden naar het Tjeukemeer en daarvoor
moesten we door de Follegasloot. Als ik dat nu moest doen was ik daar zo in
gezeild, maar toen durfde ik dat nog nieten wilde ik het op de motor doen.
Daarom liet ik alle zeilen zakken en probeerde de motor te starten. Maar er was
geen beweging in dat **** ding te krijgen. Ik was de eerste keer alleen en ik
wist eigenlijk helemaal niet wat ik moest doen. Gelukkig kwam de boot van mijn
ouders langs zeilen. Ik legde aan hun uit wat er aan de had was en mijn vader
stapte over. Toen hij er eenmaal was kreeg hij de motor wel aangezwengeld.
Eigenlijk was er niks aan de hand. Het was
heel rustig weer, ik zat niet in een vaargeul en ik lag aan hogerwal. Toch vond
ik het best wel even spannend.
De eerste keer dat ik echt alleen ging
zeilen was een regelrechte ramp. Het begon al goed met een dikke windkracht 5.
Daarom legde ik 2 riffen in het grootzeil en zetten mijn fok erop. Ik moest aan
de wind de Brekken over en dat ging best goed. Ik had nog nooit met 2 riffen
gezeild, maar het ging heel goed. Nadat ik de Brekken over was wilde ik bakboord
uit de Hjeringe sloot in om naar Sloten te gaan. Dat moest omdat ik het idiote
plan opgevat had om naar Balk te zeilen wat allemaal tegen de wind in was. De
Hjeringe sloot was geheel in de wind. Met mijn stomme en overmoedige hoofd
bedacht ik dat ik dat wel even kruisend kon doen. Dat ging natuurlijk helemaal
niet goed. Het was een hele nauwe sloot en ik kon niet snel genoeg hoogte maken.
Nadat er wat andere boten langs kwamen waar ik voor uit moest uit wijken was het
einde van het liedje dat ik in het riet lag. Uiteindelijk ben ik door het
voetgangerspontje weggesleept.
Ik was die dag niet verder gekomen dan
Sloten.
Op
naar Goigaryp.
Dit
was mijn eerste solo ervaring met mijn boot. Gelukkig was het seizoen niet een
grootte ramp en gingen (bijna) alle andere reizen wel goed. Zo’n reis die heel
goed ging was naar Goingaryp. Dat is een superklein dorpje aan het Slotermeer.
Ik had deze reis wel goed uitgekiend. Er was ZW 4 dus het was vanaf Lemmer
allemaal ruim bezeild. Toch had ik uit voorzorg 2 riffen in het grootzeil
gelegd.
Nadat ik de zeilroede van Lemmer was
opgevaren hees ik de zeilen en voer ruime wind de Brekken op. Het woei lekker en
ik voer voor mijn begrippen best hard. Ik kreeg echt zo’n Hiihaa gevoel.
Aan het einde van de Brekken moet je onder
de brug bij Spannenburg door. Ik zelf vind dat altijd een rot brug. Ten eerste
komt dat omdat je het drukke en Prinses Margrietkanaal over moet steken om bij
de wachtsteiger te komen. Ten tweede heeft die brugwachter iets tegen mij want
ik moet daar altijd een half uur wachten. Gelukkig waren de brugwachters goden
mij goed gezind. Ik hoefde dit keer namelijk maar een kwartier te wachten,
voordat ik er achter een binnenvaartschip onderdoor kon.
Het stuk dat na Spannenburg komt is altijd
een rot stuk. Dat komt omdat aan een zijde bomen staan, en aan de andere is een
dijk. Dus je hebt daar eigenlijk nooit wind. Het duurt daar dus ook altijd een
uur om daar doorheen te varen. Misschien komt dat ook wel een beetje door
mezelf. Het is namelijk mijn eer te na om de motor aan te zetten.
Als
je daarna eenmaal het Koevordermeer op vaart dan heb je gelukkig wel weer wind.
Ik zelf vind de geul in daar altijd wel grappig. In het Koevordermeer heeft
rijkswaterstaat een hele mooie recreantengeul aangelegd. Het grappige is dat die
nooit gebruikt word door de jachten en dat de recreanten de binnenvaart nog
steeds in de weg zitten. Ik zelf vind dat niet erg want dan heb ik een hele geul
voor mijzelf.
Op het Koevordermeer begon de wind wat aan
te trekken en was ik blij met mijn dubbel rif. Ik stoof ruime wind het meer over
waarbij ik bijna een eend over voer. Maar ja, de eend leeft nog en het was geen
boei.
Ik zat eerst nog te denken om naar Langweer
te varen, maar ik voer zo lekker dat ik toch door ging naar het
Sneekermeer.
Aan het eind van het Koevordermeer kom je
weer in het Prinses Margriet kanaal. In het eerste stuk daar staan geen bomen en
daar voer ik met een lekker gangentje door. Er kwam een zonnetje en ik voelde me
helemaal gelukkig.
Toch dat gevoel duurde maar even want ik
moest weer onder een brug door. Een tijd van te voren de fok laten zakken en
vast zetten (wat voor het eerst zonder gevloek lukte) en voorzichtig naar de
brug varen. Daar grootzeil laten vallen en motor starten. Deze brugwachter was
mij wel goed gezind en de brug ging bijna meteen open.
Na
de brug is het de kunst om de zeilen te hijsen, motor aan de praat te houden en
ook nog om je heen te kijken. Het ging best goed. Het jammeren was alleen dat
mijn moeder me net belde om te vragen of ik nog leefde toen er een
binnenvaartschip aan kwam. Dat was heel even stressen.
De wind kakte wat in en ik wou eigenlijk de
riffen er uit schudden. Ik keek even om me heen en nam de zeer verstandige
beslissing om dat in het Prinses Margriet kanaal maar niet te doen.
Na een tijdje voer ik langzaam het
Sneekermeer op. Het was daar best rustig dus had ik wel even de ruimte voor de
riffen. Dat is nog een heel gedoe in je eentje, eerst in de kraanlijn, dan het
val losmaken, laten zakken, haak uit het oog, reef lijntjes los en daarna het
grootzeil strak omhoog trekken. Dat alles terwijl je ook nog de boot op koers
moet houden.
Dit keer ging het natuurlijk fout en ik had
een klap gijp. Gelukkig stond ik op het voordek en kreeg ik de giek niet tegen
mijn hoofd. Het ging zo lekker dat ik nog naar Terhorne zeilde. Vandaar ging ik
overstag kruiste naar Goingarijp. Op het meer van Goingarijp liet ik de fok
zakken en voer op het grootzeil door de kleine ingang. Daar liet ik het
grootzeil rustig vallen, pakte mijn peddel en peddelde rustig naar een box.
Als ik dan eenmaal in een box lig dan ruim
ik mijn boel op, dweil een beetje aan en vouw mijn zeilen netjes op. Ook moet ik
dan vaak koken.
Het koken bij mij is een verhaal apart. ik
hou er niet zo van. Ik heb op zich wel een mooi 2 pits gasfornuisje waar je wat
op kan maken. Toch ben ik meestal te lui en haal ik een zak patat. De keren dat
ik wel kook is dat meestal soep uit blik. Ik hou ook niet zo van de afwas dus
had ik een keer bedacht dat ik de soep wel met blik en al op het fornuis kon
zetten. Dat was niet zo’n goede zet. Het eindigde dat het papier van het blik
begon te smeulen en ik het blik maar in het water gooide.
Friesland
met veel wind.
Ik voer dit seizoen vaak naar Heeg. Het was
vanuit Lemmer een mooi stuk varen, je kon vandaar alle kanten op en ook niet
belangrijk: er was een goede snackbar.
Een keer lag ik in Heeg en had het plan om
die dag lekker te zeilen op het Heegermeer en de Fluessen. Er was westen wind
voorspeld en darmee kon ik mooi heen kruisen en ruime wind terug. Het woei
aardig en ik zetten 2 riffen in het grootzeil.
Ik
voer op mijn motor naar buiten en hees daar mijn zeilen. Dat had ik beter in de
haven kunnen doen want buiten aan lagerwal stonden korte vervelende golfen.
Afijn na een tijdje lukte het uiteindelijk en ik kon mooi weg kruizen.
Het was druk op het Heegermeer dus ik moest
goed uitkijken. Het woei minder dan ik had verwacht. Ik zat daarom nog even te
denken om de riffen er uit te schudden maar ik voer zo wel relaxt.
Om van het Heegermeer naar de Fluessen te
varen moet je een door een smal gedeelte varen. Daar loopt ook nog de vaargeul
doorheen dus dat is vrij druk. Doordat er westen wind was moest ik dat kruisend
doen. Ik zag daar vrij tegenop maar ondanks dat er een enorme lemsteraak aan
kwam ging het eigenlijk best goed.
De wind begon steeds meer aan te treken en
ik was blij dat ik mijn 2 riffen had laten staan. Zo kon ik in ieder geval
rustig door zeilen. Toen ik aan het einde van de Fluessen kwam ging ik overstag
en stoof ik ruime wind weer terug.
De wind begon steeds meer aan te treken en
ik haalde het grootzeil maar naar beneden. Ik had bedacht dat ik naar Balk kon
dus ik voer de Waldeinster Rakken in. Dat haalde ik net op de fok. Voor de brug
de fok naar beneden en wachten. Gelukkig vind deze brugwachter mij wel aardig en
deed de brug gauw open.
Na de brug vaar je langs een zeilschool. Die
zeilschool heeft een bordje met “verboden vast te leggen”. Dat bordje staat
op zo’n gunstige plek om je zeilen te hijsen dat ik het nooit kan laten om aan
dat bordje vast te leggen en dan mijn zeilen te hijsen.
Eenmaal op het Slotermeer moest ik kruisen
naar Balk. Op zich geen probleem maar er stond nu een dikke 5 en daar zou ik
tegenin moeten varen. Dat was natuurlijk een stomme zet, ik moest gewoon
doorvaren naar Sloten maar daar kwam ik toen niet op.
Het kruizen ging, maar moeizaam. Ik moest
vaak mijn grootzeil helemaal halsen om niet helemaal plat te gaan. Ik vond het
eigenlijk best wel eng, zeker toen ik nog een mob oefening moest doen omdat een
fender overboord ging.
Toen ik eenmaal in Balk arriveerde schenen
al mijn kussen nat te zijn omdat er water naar binnen was gekomen via de bouten
van de stootrand.
Zo kreeg een toffe zeildag een beetje stom
eind.
Laura
Dekker en kou in Friesland.
Mijn
laatste zeiltocht was in oktober. Het was klote weer en 10 graden overdag. Ik
vertrok vanuit Lemmer in de stromende regen met een klein beetje wind. Mijn
eerste plan om naar Langweer te varen liet ik al snel vallen want dat haalde ik
toch niet met zo weinig wind.
Toen ik op de Grote Brekken was ging de
regen van stort regen naar miesser regen en begon ik een beetje verkleumd te
raken. Ik begreep nu heel goed dat Laura dekker in de tropen bleef.
Ik had bedacht om dan maar naar het
Tjeukemeer te gaan. Voor de wind in de Follegasloot ging steeds langzamer en wat
er verdween aan wind kwam er bij met regen. Onder de brug door ging erg goed
want daar had ik een heel seizoen de tijd voor gehad om dat te leren.
Er kwam na de brug alleen een probleem. Hoe
hijs je de zeilen met verkleumde vingers. Ik begreep Laura steeds beter maar na
een kwartier vloeken stonden ze eindelijk en dobberde ik het meer op.
Echternerbrug ging ik niet redden voor het
donker maar er was nog een ander klein haventje: Gietersebrug waar ik best kon
overnachten. Dobberde daar dus maar heen en legde aan aan de eerste beste
steiger die ik zag. Een havenmeester kon ik niet vinden dus lag gratis. Bakte
een ei, warmde wat knakworsten, schilde een appel en ik had mijn avondmaaltijd.
Na een lekker warm kopje thee kroop ik in mijn slaapzak.
‘s Nachts begon de wind te draaien en aan
te trekken. Opeens was dat plekje waar ik haar ‘s avonds had neergelegd niet
zo goed meer en lag ik aan lagerwal op de golven te rollen. De hele nacht was ik
in de weer met fenders en lijnen om de boot kras vrij te houden. Ik kreeg het
steeds kouder en werd een beetje verkleumd.
Toen het eenmaal ochtend was, had ik het
koud en was ik nat. Gelukkig doet een kop thee en een boterham wonderen. Ik
schatte de wind op noord oost 6 en daarmee kon ik echt niet hoog aan de wind
naar Sneek of zo.
Na
even denken bedacht ik dat ik ook wel terug naar Lemmer kon zeilen, dan zou ik
alleen maar ruime wind hebben. Ik vond het toch een beetje te koud ‘s
nachts.
Het weg varen van de steiger aan lagerwal
ging niet zo goed. Toen ik eenmaal weg was had ik er weer een fikse kras bij.
Het zeilzetten was best pittig maar lukte uiteindelijk. Ik had alleen het
grootzeil met 2 riffen en eigenlijk ging het zeilen heel goed. Zo ruime wind op
een klein zeil ging ik nog verdomd hard. Het domme was alleen dat ik bij de brug
in de Follegasloot had bedacht dat ik het grootzeil best omhoog kon laten en op
de motor de kop in de wind houden. Dat ging alleen niet zo goed.
In de sloot en later ook op de Brekken stoof
ik vooruit. De wind was nog wat aangetrokken en ik was blij met mijn beslissing.
Wel had ik het nog steeds best koud. Ik voer zeilend het Friesland park in en
hoefde alleen voor het laatste stukje de motor te gebruiken.
‘s Avonds schreef ik in mijn logboek:
koude, natte winderige tocht, vast mijn laatste reis van het seizoen.
Lars B, Leisure 17: LITTLE BLUE